|
Verslag opening Kaardebol, Centrum voor Duurzaamheid, Zutphen 4 april 2006
|
|
|
|
DE KAARDEBOL
|
OPENT NIEUW GEBOUW
|
De Opening van de Kaardebol, Centrum voor Duurzaamheid in Zutphen was een gebeurtenis die wij u niet willen onthouden, want dit is een project waar Zutphen trots op kan zijn.
Het prachtige gebouw dat het reeds bestaande centrum mocht openen is ontworpen door architect Willem Grotenbreg. In een vervolgartikel komen wij terug op de bijzondere aspecten van dit gebouw.
De openingshandeling werd voorafgegaan door een aantal sprekers waaronder Adriaan van Oosten, wethouder Natuur en Milieu van Zutphen. In zijn altijd boeiende betogen, ging de heer van Oosten dit keer lyrisch in op verschillende aspecten van de tot stand koming van dit project. Het is duidelijk dat de gemeente Zutphen mede dankzij de hulp van de Europese Unie en de provincie Gelderland, maar vooral ook door de inzet van vele mensen een uniek Centrum voor Duurzaamheid rijk is.
 |
 |
|
Hier onder volgt de toespraak van wethouder van Oosten:
|
Meneer de gedeputeerde, meneer de burgemeester, dames en heren,
De fijne details zijn in de nevelen van de historie verdwenen, maar ik ben er bijna zeker van dat vanaf de eerste dag van mijn wethouderschap, en ik ben al héél lang wethouder, dat er vanaf die eerste dag, volgende week acht jaar geleden, al sprake van was dat er iets moest gebeuren aan de Kaardebol. We praatten toen nog lang niet van een Centrum voor Duurzaamheid, maar wel van de dringende behoefte om de kantine van Zozijn, dat toen nog Festog heette, het lokaal voor Leren voor Duurzaamheid, dat toen nog Natuur- en Milieueducatie heette, en het kantoor van waaruit de jeugdtuinen werden bestierd, van elkaar te scheiden. Niettemin was die ene ruimte waarin dat allemaal soms tegelijkertijd gebeurde, ons lief; hij had een karakteristieke geur van zongerijpte zaden en aan de zoldering te drogen hangende gewassen, die ook in koude en natte jaargtetijden de herinnering aan de zomer wakker hielden. Op sommige tijdstippen streden schoolklassen en de mensen van de Festog goedmoedig om de beste plaatsen aan de ruwhouten tafels, en wat was dat niet gezellig! Dan weer vergaderde er de Visiegroep van Lokale Agenda 21 onder het genot van verantwoorde kruidenthee, en met vol zicht op die ene orchidee van twijfelachtige herkomst in de vochtige bloemenweide.
Maar, zoals al aangeduid, toch was het behelpen. Je laat zoiets niet merken als bestuurlijk verantwoordelijke, maar ik had wel eens te doen met de medewerkers, en weldra werden dat onder mijn bewind medewerksters, die in zulke uitdagende omstandigheden hun werkzaamheden moesten verrichten. Maar jaar in jaar uit hield ik ze het zicht voor op de gouden toekomst die vandaag begonnen is, en dan viel het allemaal best mee. Zeker toen na enkele jaren op het parkeerterrein het zogenaamde keetje geplaatst werd, dat weliswaar ’s winters ijskoud was, en ’s zomers gruwelijk heet, en bovendien een gemakkelijke prooi voor computerdieven en andere naarlingen, - maar dat toch een fijne werkplek bood. Daar werden de Dagen van de Toekomst voorbereid en nabetracht, daar werden de leskisten gevuld en geadministreerd, en daar werden de steeds wisselende seizoenen voor de jeugdtuinen doordacht en op de meest vruchtbare wijze in cultuur gebracht, - terwijl vlakbij in de kas, de mensen van Zozijn druk in de weer waren met het kweken en voor distributie gereed maken van talloze kleurrijke eenjarigen. Een idylle met wat kanttekeningen.
Maar dames en heren, als het verhaal van de nieuwe Kaardebol alleen een verhaal was van de nieuwe, veel betere, accommodatie die vandaag in gebruik genomen wordt, dan was die nieuwe accommodatie nog lang niet in gebruik genomen, en zeker niet in deze schitterende vorm. Want dan hadden we nooit de subsidies verworven die de weldoeners in Arnhem en Brussel ons hebben toegeschoven. De Kaardebol is immers niet een gebouw - subsidies worden niet gegeven voor het stapelen van stenen -, maar de Kaardebol is een concept, en wel een met een eigen visie en missie.
Maar daarover later. Eerst wil ik u nog even onderhouden over de Kaardebol zelf. Ik ben bang dat deze plant, officieel Dipsacus fullonum genaamd, een plant van weinig nut is. Het kaarden van wol, waarnaar de kaardebol genoemd is – of liever omgekeerd – gebeurt namelijk niet met behulp van deze kaardebol, maar van een andere, namelijk Dipsacus sativus, en die komt in Nederland niet meer voor. In een oud latijns boek vond ik de wetenschap dat onze kaardebol wel gebruikt werd voor het gladder maken van ruwe lappen, - en dat is het dan wel zo ongeveer, wat nut betreft. Niet geneeskrachtig, niet hallucinogeen, niet eens giftig. Alleen maar stekelig en statig, vooral kaal in de winter. En natuurlijk symbolisch. Al diegenen die mij wel eens over de kaardebol hebben horen spreken, kunnen nu een minuut of twee aan iets anders gaan denken, maar gedeputeerden, bouwers en de afgevaardigden van de 150 voor vanmiddag uitgenodigde archeologische genootschappen raad ik aan de oren te spitsen. De kaardebol heeft namelijk een zeer symbolische manier van bloeien. Ik citeer uit deel 3 van de Nederlandse Oecologische Flora:
De bloeiwijze [van de kaardebol] is in omtrek ei- tot cilindervormig en kan wellicht beter als een compacte aar dan als een hoofdje worden omschreven. Befaamd is het verloop van de bloei, die ongeveer halverhoogte begint, waarna de bloemenband zich als het ware opdeelt in twee ringen, waarvan de ene naar de top en de andere naar de basis opschuift.
Als u zich dat verschijnsel voor de geest probeert te halen, die twee kransen van bloemen - nu ja, bloemetjes – die vanuit het midden als twee zachtroze ringen over de hele bol gaan, dan begrijpt u hoe daarmee de lokale en de mondiale dimensie van het werk in ons Zutphense centrum voor duurzaamheid worden gesymboliseerd. Een plant die daartoe in staat is, hoeft verder geen enkel nut meer te hebben, maar kan ons rustig en monumentaal zomer en winter aan onze plicht als verantwoordelijke mensen staan te herinneren.
Als u deze boodschap nog even dieper tot zich laat doordringen, bent u weldra ook in staat om de visie en missie van de Kaardebol op de juiste waarde te schatten. Maar daarvoor gun ik u nog iets meer tijd, want, of het nu een nieuw gebouw is of een nieuw concept, het is gebruikelijk en passend dat woorden van dankbaarheid worden gesproken aan het adres van degenen die aan de realisering daarvan hun bijdrage geleverd hebben. En dat is een bijna onmogelijke taak, zoveel zijn het er. Wat wij hier om ons heen zien is namelijk de belichaming van duurzaamheid. In de gebruikte materialen, in het energieconcept, in de functies waartoe het gebouw geschapen is, en de waarden die van hieruit verbreid gaan worden, in Zutphen en Warnsveld en ver daarbuiten. En al die denkers, doeners, bedenkers en bouwers mag ik bedanken voor de liefde en aandacht waarmee ze gewerkt hebben, voor het steeds weer bedenken van oplossingen voor steeds weer nieuwe problemen, voor inschikkelijkheid als het betere de vijand van het goede dreigde te worden, en ook wel eens als het goede ten koste ging van het wellicht betere.
|
Wim Visscher, was al in een pril stadium met het initiatief verbonden.
|
Toch probeer ik het. Ik bedank de architect, Willem Grotenbreg, voor zijn tomeloze inzet voor zijn project, voor zijn moeite met het compromis, en ook voor de schitterende mozaïeken die hij in alle nederigheid eigenhandig heeft aangebracht in de toiletgroepen ; Peter Christiaans, wiens bouwbedrijf hier meer heeft tot stand gebracht dan een mooi referentieproject: een wonder van veelkleurigheid in alles wat er met hout gedaan kan worden, en met een noordmuur waarover we nog lang niet zijn uitgepraat; Cees Keizer, die als directievoerder alle draden bij elkaar heeft weten te houden opdat concept en realisatie niet uit elkaar gingen lopen, en ik weet hoe moeilijk dat soms was; Bam Techniek met de heren Dirk van Roekel en Henk Schepers voor de geavanceerde installaties die onze visie op duurzaamheid vereiste; de verschillende adviseurs voor energie en installaties; de mensen van Woud en Beek – Het Gebint en de vrijwilligers die al een deel van het cultuurhistorisch erf hebben gerealiseerd; de organisatieadviseurs van De Beuk, de dames Rinda den Besten en Wilma Ruis. Zij allen, en ongetwijfeld zijn er meer, hebben met elkaar iets prachtigs tot stand gebracht. En dat hebben ze gedaan in nauwe samenwerking met onze eigen mensen, zeg ik vol trots als wethouder van Zutphen. Van hen noem ik nu alleen Philip Woertman, die als voorzitter van het bouwteam menige interessante uitdaging op voortreffelijke wijze het hoofd heeft weten te bieden. En de inzet van al die anderen, al van vóór 1998 voor NME, LA21, de jeugtuinen, de gedachtenvorming voor de nieuwe Kaardebol, de betrokkenheid bij het bouwteam, de zorg om het budget, - het wordt allemaal vandaag beloond door dit ogenblik van vreugde omdat het gelukt is!
|
|
Enkele medewerkers in het publiek
|
Bouwen is één ding, betalen is weer iets anders. De nieuwe Kaardebol, dames en heren, heeft bijna twee miljoen euro gekost. Of we uiteindelijk, nèt binnen, precies op, of nèt iets boven het budget uitkomen, dat zal de tijd leren. Op dit moment is het belangrijker vast te stellen dat de gemeente Zutphen van dat bedrag iets minder dan de helft heeft betaald, dat een kleine zes ton afkomstig is uit de eerste tranche van het het Gelders Stedelijk Ontwikkelingsbeleid, en dat de resterende € 500.000, op initiatief van de Gelderse oud-gedeputeerde Nelis Zondag, die vandaag wegens ziekte tot zijn grote spijt niet aanwezig kan zijn, bijgedragen is uit een aantal Europese fondsen, waaronder het Innovatieve Acties Programma. Dank aan de GSO-gedeputeerde de heer Wijsman, en dank aan de medewerkers van de provincie die zich zeer hebben ingespannen om de in het vooruitzicht gestelde subsidies ook daadwerkelijk ter beschikking te krijgen. Het feit dat Europa, onze provincie Gelderland, en de gemeente Zutphen zulke bedragen hebben geïnvesteerd in een concept dat nieuw is, en dat zichzelf in feite vanaf vandaag pas kan gaan bewijzen, dat is een teken van vertrouwen in de visie die schuilgaat tussen de stenen en het hout van dit gebouw, van vertrouwen in de geest van duurzaamheid van waaruit wij in Zutphen trachten te werken, en van vertrouwen in de mensen die in die geest alles waar de Kaardebol voor staat gaan uitdragen.
|
|
|
En die geest wordt verwoord in de visie en missie van de Kaardebol, die ik u nu ga voorlezen. En al luisterend zult u kunnen opmerken hoe alle aspecten van dit concept, van A tot Z, van de plek voor archeologie tot die voor Zozijn, van Zutphen tot in Nicaragua, van het verre verleden tot nu toe, en van denken tot doen, erin verwoord worden:
De Kaardebol stimuleert als Centrum voor Duurzaamheid het werken aan een duurzame samenleving, te beginnen in Zutphen en omgeving, maar met aandacht voor andere delen van de wereld. De ogen gericht op het heden en de toekomst, maar met een luisterend oor voor wat onze voorouders ons te leren hebben.
Het gebouw en het terrein van De Kaardebol in de groene long van Zutphen zijn zelf een tastbaar symbool van duurzaamheid. Bezoekers krijgen er door voorlichting, educatie, onderzoek, ontmoeting en zelf doen handvatten voor duurzaam handelen. Zij kunnen er hun eigen initiatieven laten zien en kennis maken met die van anderen.
Zo biedt De Kaardebol op een positieve manier inspiratie om zelf bij te dragen aan de zorg voor mens, samenleving, natuur en cultuurhistorie.
Mensen ervaren op De Kaardebol de magie van het alledaagse waar het geheel meer is dan de som der delen. Zij ontmoeten er elkaar in hun waardering en verantwoordelijkheid voor de aarde.
Net als de natuur verandert ook De Kaardebol. Zo blijft De Kaardebol inspireren om samen te werken aan een duurzame wereld, ecologisch, economisch èn sociaal.
|
|
De medewerkers die een bloemetje kregen.
|
Dat was hem, en daar kunt u gerust nog even over nadenken. In de tussentijd wil ik graag de gelukkige gebruikers van dit fantastische gebouw alle geluk toewensen, en de creativiteit en inspiratie om, gedachtig de visie en missie, steeds nieuwe wegen te vinden om mensen aan te steken met het vuur van duurzaamheid en verantwoordelijkheid voor de wereld waarin wij met elkaar mogen leven. Gea Oosterveld van de jeugdtuinen, Hans te Woert van Zozijn, Michel Groothedde van archeologie, Monique van ’t Erve van Leren voor Duurzaamheid en Annelies Kroon van Lokale Initiatieven. Voor jullie een bloemetje, en voor ons allemaal een felicitatie. Dank u wel.
Tot zover de speech van wethouder Adriaan van Oosten
Zie ook op deze website:
De Zutphense dag van de Toekomst
De Zutphense Toekomstprijs
Nieuw: Duurzaam bouwen bij de Kaardebol
Roeland Solcer
|
| |
|
| |
|
|